Home

Diversificatie & Communicatie

1970 – 1980

 

De jaren zeventig kunnen worden getypeerd als een periode van consolidatie van de naoorlogse welvaart. Luxegoederen als de auto, de televisie en vakanties in het buitenland, zijn voor veel mensen bereikbaar geworden.

Als trend manifesteert zich een zekere huiselijkheid. Huiskamers worden opgetuigd met gehaakte versieringen (macramé), visnetten, zitzakken en rieten matten. Na de minirok komt de maxirok weer in zwang. Bruin, paars en oranje zijn modekleuren. In de woningbouw en op straat ziet men ook nieuwe vormen: de bloemkoolwijk doet zijn intrede (later de 'nieuwe truttigheid' genoemd). Woningen worden dicht opeen gebouwd in soms grillige straatpatronen. Zo komen er overal woonerven waar de voetganger het nu eens voor het zeggen heeft en de auto gast is. Buurtcomités dwingen dat bij soms onwillige gemeentebesturen af door actie (toen gespeld als aksie) te voeren. Men gaat meer nadenken over het milieu, afvalscheiding en aparte glasinzameling komen opzetten en ook dat valt in de openbare ruimte te merken.

In deze periode is ook, als voortzetting van ontwikkelingen in de jaren zestig, veel belangstelling voor vernieuwing, inspraak en progressieve politiek merkbaar. Er werd evenwel ook gesproken over de 'matheid' van de jaren zeventig, in vergelijking met de als hoogtepunt ervaren jaren zestig. Er worden talloze protestdemonstraties gehouden over allerlei onderwerpen en tegen allerlei regimes, waar ook in de wereld. De televisie haakt gretig op al deze ontwikkelingen in (VARA, VPRO). Er zijn 'grensverleggende' programma's op tv die willen breken met de bestaande 'burgerlijke' cultuur (o.a. van Wim T. Schippers). Er zijn ook tegengestelde ontwikkelingen: de nieuwe en groeiende omroepen TROS, die juist op conventioneel amusement en politiek rechts gericht is, en de EO met vooral 'verkondigende' programma's, die eind jaren zestig was opgericht, omdat de algemeen protestantse NCRV teveel verwaterd zou zijn.

Jongeren krijgen in de jaren zeventig duidelijk een stem. In 1973 neemt het parlement de zogenaamde Anti-Veronica wet aan. Deze wet verbiedt het in werking hebben van zendinstallaties aan boord van schepen en vliegtuigen en de medewerking aan omroepinstellingen die als doel hebben om radio- en of televisieprogramma's te doen uitzenden vanuit schepen en vliegtuigen. Het aannemen van deze wet betekent het einde van de zeer populaire zeezenders welke vanaf schepen buiten de territoriale wateren radioprogramma's verzorgen onderbroken door reclameboodschappen. Deze wet treedt in werking op 1 september 1974 om 00.00 uur en heeft tot gevolg dat de zeezenders Radio Veronica en Radio Noordzee Internationaal reeds op 31 augustus 1974 om respectievelijk 18.00 uur en 20.00 uur haar uitzendingen staken. Alleen Radio Mi Amigo en Radio Caroline besluiten om de wet naast zich neer te leggen en door te gaan met uitzenden.

De zorg voor het milieu manifesteert zich door het Rapport van de Club van Rome (1972), dat waarschuwt voor het opraken van fossiele brandstoffen. Door politieke oorzaken lijkt dat ineens actueel als Nederland in 1973 wordt geconfronteerd met de oliecrisis en de auto een zondag moet laten staan.

 

  Maatschappelijke ontwikkelingen


De jaren zeventig kunnen worden getypeerd als een periode van consolidatie van de naoorlogse welvaart. Luxegoederen als de auto, de televisie en vakanties in het buitenland, zijn voor veel mensen bereikbaar geworden.

Als trend manifesteert zich een zekere huiselijkheid. Huiskamers worden opgetuigd met gehaakte versieringen (macramé), visnetten, zitzakken en rieten matten. Na de minirok komt de maxirok weer in zwang. Bruin, paars en oranje zijn modekleuren. In de woningbouw en op straat ziet men ook nieuwe vormen: de bloemkoolwijk doet zijn intrede (later de 'nieuwe truttigheid' genoemd). Woningen worden dicht opeen gebouwd in soms grillige straatpatronen. Zo komen er overal woonerven waar de voetganger het nu eens voor het zeggen heeft en de auto gast is. Buurtcomités dwingen dat bij soms onwillige gemeentebesturen af door actie (toen gespeld als aksie) te voeren. Men gaat meer nadenken over het milieu, afvalscheiding en aparte glasinzameling komen opzetten en ook dat valt in de openbare ruimte te merken.
In deze periode is ook, als voortzetting van ontwikkelingen in de jaren zestig, veel belangstelling voor vernieuwing, inspraak en progressieve politiek merkbaar. Er werd evenwel ook gesproken over de 'matheid' van de jaren zeventig, in vergelijking met de als hoogtepunt ervaren jaren zestig. Er worden talloze protestdemonstraties gehouden over allerlei onderwerpen en tegen allerlei regimes, waar ook in de wereld. De televisie haakt gretig op al deze ontwikkelingen in (VARA, VPRO). Er zijn 'grensverleggende' programma's op tv die willen breken met de bestaande 'burgerlijke' cultuur (o.a. van Wim T. Schippers). Er zijn ook tegengestelde ontwikkelingen: de nieuwe en groeiende omroepen TROS, die juist op conventioneel amusement en politiek rechts gericht is, en de EO met vooral 'verkondigende' programma's, die eind jaren zestig was opgericht, omdat de algemeen protestantse NCRV teveel verwaterd zou zijn.

Jongeren krijgen in de jaren zeventig duidelijk een stem. In 1973 neemt het parlement de zogenaamde Anti-Veronica wet aan. Deze wet verbiedt het in werking hebben van zendinstallaties aan boord van schepen en vliegtuigen en de medewerking aan omroepinstellingen die als doel hebben om radio- en of televisieprogramma's te doen uitzenden vanuit schepen en vliegtuigen. Het aannemen van deze wet betekent het einde van de zeer populaire zeezenders welke vanaf schepen buiten de territoriale wateren radioprogramma's verzorgen onderbroken door reclameboodschappen. Deze wet treedt in werking op 1 september 1974 om 00.00 uur en heeft tot gevolg dat de zeezenders Radio Veronica en Radio Noordzee Internationaal reeds op 31 augustus 1974 om respectievelijk 18.00 uur en 20.00 uur haar uitzendingen staken. Alleen Radio Mi Amigo en Radio Caroline besluiten om de wet naast zich neer te leggen en door te gaan met uitzenden.

De zorg voor het milieu manifesteert zich door het Rapport van de Club van Rome (1972), dat waarschuwt voor het opraken van fossiele brandstoffen. Door politieke oorzaken lijkt dat ineens actueel als Nederland in 1973 wordt geconfronteerd met de oliecrisis en de auto een zondag moet laten staan.

  Vraagzijde van de (advies)markt


De trend van diversificatie treedt ook op in het adviesvak. Er ontstaan meer adviesbureau´s, en het veld waarop zij zich begeven groeit. Waar de focus voor de adviesbedrijven eerst grotendeels op de commerciële organisaties, komen nu ook de overheden in beeld. Ook dienstverlenende organisaties worden voor adviseurs interessant.

Door de opkomst van de IT gaan adviesbureau´s zich ook op deze techniek richten. Softwarepakketten worden verkocht, en adviseurs worden ingehuurd om de implementatie van deze systemen te begeleiden. Er ontstaan adviesbureau´s die zich puur op deze business gaan richten, de zogenaamde software houses.

  Aanbodzijde van de organisatiekunde / toolkit


In de jaren ´70 gaan de ontwikkelingen zoals die zijn ingezet in het vorige decennium door. Omdat markten internationaler worden verandert de positie van bedrijven. Organisaties groeien, diversificatie komt op, bedrijven gaan zich breder oriënteren.

Door het meer internationale karakter van de markten verandert niet alleen de markt voor eindproducten, maar wordt binnen bedrijven de ´make or buy´ beslissing ook interessanter. Bedrijven kiezen er vaker voor om bepaalde zaken niet zelf te doen maar in te kopen, en soms hele projecten uit te besteden.

IT komt op, maar wordt tot nu toe slechts als ondersteunende techniek gebruikt en heeft nog niet de omvang en positie die ze in de komende decennia gaat krijgen.

De ideeën over non-profit organisaties veranderen. Ze worden als ´volwaardige´ bedrijven gezien, een ziekenhuis is net als een commercieel bedrijf te managen. Gevolg hiervan is dat ook non-profit organisaties gaan veranderen, en adviesbureau´s in de arm nemen.

In deze periode ontstaan ook de zelfsturende organisaties. Deze organisaties kennen weinig tot geen hiërarchie, en werken met een minimum aan discipline.

  De adviseur


De toolkit zoals de adviseur gebruikte in de jaren ´50 en ´60 begint geleidelijk te veranderen. Tijdmetingen zijn geen groot onderdeel meer van de opdrachten van adviseurs. Men begeeft zich nu onder andere op het vlak van veranderingen. Er worden methoden gebruikt en ontwikkeld om veranderingen in bedrijven goed te laten verlopen.

Om deze veranderingen goed te kunnen leiden, worden bijvoorbeeld interviewtechnieken gebruikt die hierop gericht zijn. Deze technieken richten zich erop mensen bewust te maken van hun keuzes en laten de positieve kant van veranderingen en verbeteringen zien. Ook presentatietechnieken worden in deze periode belangrijk.

Zowel junior als senior adviseurs gebruiken een breder scala aan technieken in deze periode. Men adviseert klanten uit nieuwe marktsegmenten en past hierop de gebruikte technieken aan.

Nieuwe bureau´s bieden ook andere diensten aan dan men tot nu toe kende. In voornamelijk de automatiseringsbranche zijn veel mensen nodig, en deze mensen worden door bureau´s aangeleverd die ze vaak snel en puur op CV bij bedrijven voorstellen.